Hernhutter sterren bestellen? Bekijk de webshop
VERHALEN

Geschiedenis

Verhalen over de ontwikkeling van de Hernhutters en de Broedergemeente.


Gods wonderen met zijn kerke (deel 2).

Een verhaal over Zinzendorf, Maria Louise van Oranje en de groeiende Nederlandse belangstelling voor de Broedergemeente.

DEEL 2

Zinzendorf en maria louise van oranje.

Zinzendorf had Maria Louise van Oranje al in 1719 ontmoet. Hun correspondentie en gedeelde belangstelling voor geloof en zending vormden later een belangrijke verbinding met Nederland. 1735–1736

Een groeiend netwerk in nederland.

Het boek van Spangenberg, in het Nederlands vertaald, bracht de Broedergemeente onder de aandacht van predikanten, kooplieden en weldoeners. In maart 1736 reisde Zinzendorf naar Amsterdam. Nederlandse steun

Steun voor internationaal zendingswerk

De Nederlandse contacten leidden tot financiële en praktische steun voor zendingswerk in onder meer Suriname, Berbice, Georgië en Groenland. Tegelijk ontstond de basis voor de latere vestiging bij IJsselstein.

Lees meer over de geschiedenis van ’s Heerendijk

Gods wonderen met zijn kerke (deel 2)

De ‘grand tour’

Marie Louise van Oranje
Marie Louise van Oranje

Zinzendorf had In 1719 op zijn ‘grand tour’ prinses Maria Louise van Oranje, weduwe van prins Johan Willem Friso, ontmoet en dit contact had bij beiden een diepe indruk achtergelaten. In correspondentie schreef hij dat hij haar graag weer zou willen ontmoeten om over zendingsaangelegenheden te spreken. De prinses op haar beurt vroeg aan Zinzendorf om exemplaren van het Herrnhuter Gesangbuch en Zinzendorfs catechismus mee te brengen.
Het bleek een kleine wereld te zijn, want via de prinses kwam de gereformeerde predikant Van Alphen in beeld en met hem vele anderen. Het boek van Spangenberg (vertaald door Le Long) werd het gesprek van de dag. Velen werden door dit geschrift geraakt en kwamen spontaan geld of hulp aanbieden voor in de Hernhutter zendings-gebieden. De Sociëteit (Suriname) was bereid om kolonisten op te nemen; Le Long bood aan om projecten in Georgië financieel te ondersteunen. Er kwamen gelden om zendelingen naar Berbice (Brits Guyana) te sturen en broeders mochten gratis mee naar Groenland varen.

Zinzendorf achtte de tijd rijp om zelf naar Holland te komen. Op 4 maart 1736 komt hij in Amsterdam aan. Le Long had een goedkoop onderdak gevonden voor de groep van 17 personen, maar de huur inclusief de maaltijden bleek 70 gulden te bedragen. Voor Zinzendorf was dit te duur en vond zelf een leegstaand huis voor maar 35 gulden, inclusief maaltijd, per persoon. Hij leende de meubels van Schellinger. Van deze zuinigheid begrepen de Amsterdammers niets. Zelf beklaagt Zinzendorf zich in zijn Diarium dat hij elke dag vis te eten krijgt.
De prinses geeft in de contacten geen informatie over het toelaten van de vluchtelingen uit Herrnhut op haar landgoed, dit tot schrik van Zinzendorf

Terug naar nieuws