INLEIDING
Zinzendorf in Holland.
De eerste contacten tussen Herrnhut en Nederland vormden de aanloop naar een eigen vestiging. In Amsterdam ontstond een netwerk van geloofsgenoten, weldoeners en bestuurders dat de komst van de Hernhutters mogelijk maakte.
DEEL 1
Gods wonderen met zijn kerke.
Contacten met Nederlandse Doopsgezinden, Isaac Le Long, dominee Deknatel en Jacob Schellinger brachten de Broedergemeente onder de aandacht. In 1735 verscheen een Nederlandstalig geschrift over de gemeenschap.
DEEL 2
Maria Louise van Oranje en Zinzendorf.
De eerdere ontmoeting tussen Zinzendorf en Maria Louise van Oranje werd belangrijk voor de contacten in Nederland. Via haar ontstonden nieuwe verbindingen met predikanten, bestuurders en mensen die het zendingswerk wilden ondersteunen.
DEEL 3
De weg naar IJsselstein.
In 1736 kwam de uitnodiging om leden van de gemeenschap in de Baronie van IJsselstein te vestigen. De plannen werden kleiner dan aanvankelijk gedacht, maar de nieuwe kolonie kreeg wel een naam: ’s Heerendijk.
DEEL 4
Plannen voor een doorgangshuis.
’s Heerendijk was bedoeld als woonplek, doorgangshuis en opvang voor reizende broeders en zusters. De bouwplannen waren ambitieus, maar financiële voorwaarden en borgtochten maakten de uitvoering ingewikkeld.
DEEL 5
De bouw van ’s Heerendijk.
In 1737 werd de grondsteen gelegd. Het grote huis groeide uit tot het hart van de vestiging, met ruimte voor bewoners, reizigers en gemeenschappelijke bijeenkomsten.
DEEL 6
Onderwijs, werk en interne spanningen.
De gemeenschap zocht naar een duurzame economische basis en naar mogelijkheden voor onderwijs. Tegelijk ontstonden spanningen over bestuur, geloofsbeleving en de plaats van predikanten binnen de organisatie.
DEEL 7
Een internationaal posthuis.
Tijdens het bezoek van Zinzendorf in 1741 kwamen veel belangstellenden naar ’s Heerendijk. De vestiging functioneerde steeds meer als posthuis en tussenstation voor zendelingen op weg naar bestemmingen over de hele wereld.
DEEL 8
Van groot plan naar kleine kerngroep.
Veel oorspronkelijke plannen kwamen niet volledig tot uitvoering. ’s Heerendijk bleef belangrijk als huisgemeente en doorgangsplek, maar de omvang en economische kwetsbaarheid leidden tot voortdurende discussie.
DEEL 9
Gemeenteleven en liturgie.
Het dagelijks leven werd gezien als onderdeel van de liturgie. Bestuur, zielszorg, werk, gastvrijheid en vieringen waren nauw met elkaar verbonden, terwijl de financiële afhankelijkheid van weldoeners groot bleef.
DEEL 10
Economische tegenslagen en de overgang naar Zeist.
Pogingen met weverijen, schoenmakerijen en andere ambachten boden tijdelijk werk, maar geen blijvende oplossing. Uiteindelijk verschoof het zwaartepunt naar de nieuwe vestiging in Zeist.
